ritverslag

Leve de lente

Tijdverlies.

Ik snak naar de lente. Niet alleen omwille van de droge wegen en de zon op mijn gezicht.
Ik ben het gevecht met de berg kleren en extra laagjes beu als kouwe pap.
Het begint al voor de kleerkast . Vriezen gaat het niet doen maar de weerman sprak in zijn weerbericht van een koud aanvoelende strakke westenwind. Wat doe je dan? Met mijn oude vertrouwde blauwe winterjas of toch maar de tussenseizoenkleren. Na mijn ontbijt dan maar beslissen. Ik neem twee tenues mee naar beneden.
Intussen heb ik met mijn getreuzel te veel tijd verloren en prop mijn laatste boterham vlug naar binnen. Toch maar kiezen voor mijn vertrouwde winterjas. Wintermuts onder de helm en dan merken dat ik mijn extra bandana voor rond mijn hals vergeten ben. Helm weer af en om de bandana naar boven. Herbeginnen. Intussen ben ik al redelijk aan het zweten en blijven er maar vijf minuten over voor vertrek. Het is nog een half uur fietsen tot aan de start en mijn maten zijn altijd stipt op tijd. Snel mijn schoenen en overschoenen aan maar de neopreemstof zit tussen de rits en met veel sjorren gaat de rits centimeter voor centimeter dicht. KLOTERITS. Vlug mijn bidon gevuld met Roce Vice en water, water alleen is niet te drinken. Handschoenen aan en op pad, mijn klokje weigert weer eens dienst en na veel gedruk op de knoppen heb ik weer beeld. Met wind op kop naar de start.
Al die nutteloze tijd die je als fietser nodig hebt in de winter door allerlei voorzorgen voor wat kleding betreft heb je in de zomer niet.
Leve de lente en zomer!

Herman